Wat is CE?

1.0: Bouwverordening & NEN normen

Om de CE-markering(en) en alles wat er omheen hangt juist te kunnen toepassen is het zaak eerst te begrijpen waar het vandaan komt. Als we bij het begin beginnen kan de CE-verplichting het beste worden opgedeeld in 2 onderdelen, namelijk:

  • CPR 305/2011, de bouwverordening;
  • NEN-EN 14351-1+A2, de geharmoniseerde norm.

Deze twee documenten zijn de basis waaraan een fabrikant in de timmerindustrie aan moet voldoen. In de volgende twee sub-hoofdstukken wordt hier kort over uitgeweid.

1.0.1: CPR 305/2011

De markt voor bouwproducten kent een grote diversiteit. De Europese Commissie heeft de regels daarom vastgelegd m.b.t. CE-markeren en het opstellen van een prestatieverklaring (DoP). Het doel hiervan is om de eindgebruikers te informeren over de prestaties van het product in de beoogde toepassing. Op basis van die informatie kunnen eindgebruikers (bijvoorbeeld: aannemers , architecten, etc.) producten onderling vergelijken om tot een juiste keuze te komen.

Om het vrije verkeer van bouwproducten binnen de Europese Unie te waarborgen zijn deze regels omtrent CE-markeren en het opstellen van een prestatieverklaring vastgelegd in de Europese verordening (EU) nr.305/2011 (CPR). Deze verordening is op 1 juli 2013 in werking getreden.

De verordening zegt het volgende:

‘’Het in de handel brengen van een bouwproduct dat onder een geharmoniseerde norm valt of waarvoor een Europese technische beoordeling is afgegeven, moet vergezeld gaan van een prestatieverklaring met betrekking tot de essentiële kenmerken van het bouwproduct overeenkomstig de relevante geharmoniseerde technische specificaties. De CE-markering moet worden aangebracht op alle bouwproducten waarvoor de fabrikant een prestatieverklaring overeenkomstig deze verordening heeft opgesteld. Als er geen prestatieverklaring is opgesteld, mag de CE-markering niet worden aangebracht.’’

Verder vertelt de verordening meer over de inhoud van de prestatieverklaring, verstrekking hiervan, voorschriften en voorwaarden van CE markeren en verplichtingen voor de fabrikant.

1.0.2: NEN 14351-1+A2

Voor de timmerindustrie kijken we voor de geharmoniseerde specificaties naar de NEN 14351-1+A2. Deze norm is van toepassing op: (dak)ramen, buiten deurkozijnen (incl. deur) en kozijnen met meerdere vakvullingen ook als samengesteld geheel.

Deze Europese norm identificeert materiaal onafhankelijke prestatie eigenschappen, behalve eigenschappen t.b.v. weerstand tegen brand en rook[1].

De Europese standaard is goedgekeurd door CEN[2] op 03 februari 2006 en de laatste versie gaat in vanaf Maart 2017.

1.0.3: CE en KOMO

CE-markeren is een wettelijke verplichting voor alle kozijnen die onder de norm vallen, met en zonder KOMO certificaat. Waar CE een verklaring is voor prestaties is het KOMO certificaat een keurmerk met oog op kwaliteit van het kozijn.

1.1: Toepassingsgebied timmerindustrie

De CE-verplichting geldt alleen voor producten die onder geharmoniseerde norm vallen. Ter verduidelijk is hieronder beschreven welke (timmer)producten verplicht CE-gemarkeerd moeten worden:

Vast glas kozijnen of kozijnen met een vast raam, hand of motorbediende ramen en deurhoge ramen, en kozijnen met meerdere vakvullingen ook als samengesteld geheel , en dakramen , compleet met:

  • Gerelateerde hardware (vb. sluiting) , indien aanwezig;
  • Afdichtstrip(pen) , indien aanwezig;
  • Glasopeningen wanneer deze bedoeld zijn;
  • Met of zonder inbouw shutter/rolluik en/of rolluikbak en/of zonwering;
  • Volledig of gedeeltelijke beglaasd inclusief niet transparante opvulling;
  • Vast of gedeeltelijk vast of te openen d.m.v. één of meerdere raamvleugels (vb. schuivend, scharnierend , draaiend).

Manueel bediende buitendeurkozijnen met deur(en), compleet met:

  • Integraal bovenlicht, indien aanwezig;
  • Aangrenzende onderdelen die zich bevinden in één enkel kozijn t.b.v. opvulling van een muuropening, indien aanwezig.

Dit houdt dus in dat alle kozijnen die zijn beglaasd of waar het glas los wordt meegeleverd (binnen de economische opdracht) een prestatieverklaring en CE-markering dienen te hebben. Een deurkozijn met een dichte deur (excl. glasvak) dient ook een CE-markering te hebben.

De volgende producten zijn uitgesloten van CE verplichting:

  • Kozijnen excl. glas
  • Losse ramen en deuren (incl. & excl. glas)

1.2: Uitsluitingen timmerindustrie

De volgende producten zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de geharmoniseerde norm NEN 14351-1+A2:

  • Daklichten zoals beschreven in EN 1873 en EN 14963;
  • Vliesgevels zoals beschreven in EN 18380;
  • Industriële , commerciële en garagedeuren en poorten zoals beschreven in EN 13241;
  • Binnen deurkozijnen zoals beschreven in prEN 14351-2;
  • Draaideuren/tourniquetdeuren;
  • Motor bediende buitendeuren zoals beschreven in EN 16361;
  • Ramen bedoeld als onderdeel van een binnen afscheiding.

Deze producten vallen dan ook buiten de scope van dit handboek en hier wordt verder geen extra informatie over gegeven m.b.t. CE-markeringen of andere verwante (wettelijke) verplichtingen.

1.3: (Technische) documentatie

Fabrikanten zijn door de verordening verplicht naast een prestatieverklaring en de CE markering ook (technische) documentatie op te stellen. Deze documentatie en de prestatieverklaring moeten worden bewaard tot 10 jaar nadat het bouwproduct uit de handel is gehaald.

De technische documentatie bestaat uit enerzijds testrapporten van de kozijnen en anderzijds documenten die betrekking hebben op de controle van het productieproces (FPC) in de fabriek.

De fabrikant zal daarnaast ook de volgende informatie kenbaar maken:

  • Opslag en hanteren van de kozijnen, als de fabrikant niet verantwoordelijk is voor installatie;
  • Installatie vereisten en technieken (op de bouwplaats), als de fabrikant niet verantwoordelijk is voor installatie;
  • Onderhoud en schoonmaken;
  • Eindgebruikers instructies inclusief het vervangen van componenten;
  • Veiligheidsinstructies bij gebruik.

1.4: FPC (productie controle ofwel het IKB)

De fabrikant zal in het kader van CE markeren een kwaliteitssysteem (FPC) opzetten.

De FPC dient te bestaan uit:

  • Procedures;
  • Reguliere inspecties;
  • Test en/of beoordelingen met resultaten;
  • Machines en gereedschappen;
  • Productieproces;

Product.

De resultaten van inspecties, testen en beoordelingen waar actie moet worden ondernomen moeten worden vastgelegd. Dit wordt vervolgens bewaard naar hoe lang de fabrikant heeft opgeschreven deze gegevens te zullen bewaren. Dus stel dat er in het plan wordt omschreven dat deze gegevens 1 jaar bewaard moeten worden dan moet de fabrikant zich dus aan zijn eigen voorschriften houden.

De fabrikant wijst een verantwoordelijke aan voor het naleven van het vastgelegde kwaliteitssysteem voor iedere productielocatie. De fabrikant zorgt ervoor dat genoeg en bekwaam personeel beschikbaar wordt gesteld om een kwaliteitssysteem te kunnen opzetten, documenteren en behouden.

De fabrikant stelt procedures op om de productie en kozijnen te controleren. De volgende middelen moeten worden beschreven en uitgevoerd:

  • Test en/of inspecties van onvoltooide producten of onderdelen hiervan tijdens het productieproces;
  • Test en/of inspecties van voltooide producten;
  • Test en/of inspecties moeten worden uitgevoerd via een testplan opgesteld door de fabrikant.

Individuele kozijnen moeten kunnen worden geïdentificeerd en traceerbaar zijn naar productherkomst. Een voorbeeld hiervan is het maken van een projectnummer en ieder kozijn binnen dat project een merk te geven.

De fabrikant heeft geschreven procedures waarin wordt gespecificeerd hoe er moet worden omgegaan met kozijnen die niet voldoen aan de normering. Deze gevallen moeten worden gedocumenteerd en bewaard (dit geeft de fabrikant zelf aan hoe lang). De fabrikant heeft geschreven procedures die tot actie leiden om de oorzaak te achterhalen, op te lossen om zo herhaling te voorkomen.

Fabrikanten die al een kwaliteitssysteem hebben en voldoen aan de EN ISO 9001, worden als conform beschouwd voor de FPC.

1.5: Essentiële kenmerken

Op de prestatieverklaring en daarbij behorende CE-markering dienen alleen de essentiële kenmerken te worden benoemd. Dit is voor een raam en deurkozijn verschillend. Als een essentieel kenmerk niet is getest of geen bekende waarde heeft dan mag hiervoor ‘’NPD’’ (No Performance Determined) worden ingevuld. De optie NPD mag alleen worden gebruikt als het kenmerk niet onderhevig is aan een drempelniveau.

De lijst van essentiële kenmerken staat ook in bijlage ZA van de NEN 14351-1+A2.

 

Essentiële kenmerken: Raamkozijn Deurkozijn
Waterdichtheid JA JA
Gevaarlijke stoffen NPD NPD
Weerstand tegen windbelasting JA JA
Dragend vermogen veiligheidsvoorzieningen NPD, tenzij toegepast NPD, tenzij toegepast
Hoogte (van de deuropening) NEE JA
Akoestische eigenschappen JA JA
Warmtedoorgang (Uw waarde) JA JA
Zontoetredingsfactor (ZTA) JA JA
Lichtdoorlatendheid (LTA) JA JA
Luchtdoorlatendheid JA JA

Tabel 1: Lijst essentiële kenmerken. Let op! Inbraakwerendheid mag niet worden gedeclareerd in de prestatieverklaring en CE-label omdat het geen essentieel kenmerk betreft.

1.6: Prestatieverklaring (DoP)

Van elk product dat op de markt wordt gezet en onder de geharmoniseerde norm valt moet een prestatieverklaring worden gemaakt, dit wordt ook ‘’Declaration of Perfomance’’ (DoP) genoemd.

Met het opstellen van de prestatieverklaring neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich dat het kozijn overeenkomt met de daarin opgegeven prestaties. Landen binnen de EU gaan ervanuit dat de prestatieverklaring van de fabrikant nauwkeurig en betrouwbaar is.

1.7: CE-label

De CE-markering is een sticker die wordt aangebracht op kozijnen waarvoor de fabrikant een prestatieverklaring heeft opgesteld. Als een prestatieverklaring door de fabrikant niet is opgesteld, mag de CE-markering niet worden aangebracht. Door de CE-markering aan te brengen of te laten aanbrengen, nemen de fabrikanten de verantwoordelijkheid op voor de conformiteit van het kozijn met de aangegeven prestaties en de naleving van alle eisen die zijn vastgelegd in de verordening (EU) nr.305/2011 en in andere relevante wetgeving waarin het aanbrengen van een CE-markering wordt voorgeschreven.

1.8: Systemen van beoordeling

De verordening kent 5 systemen (AVCP[3]) ter beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid. Deze systemen staan beschreven in bijlage V van de CPR 305/2011 en staan bekend onder de niveaus: 1+, 1, 2+, 3 en 4. Deze niveaus onderscheidden zich in risico waarbij 1+ het hoogste risico vormt en 4 het laagste. Kozijnen, ramen en deuren welke niet brandwerend zijn vallen onder risico niveau 3.

Elk systeem niveau bevat taken/verantwoordelijkheden, die naargelang het vereiste niveau, door de fabrikant of door een aangemelde instantie (zoals SKH/SHR) moeten worden uitgevoerd. In tabel 2 een overzicht van wanneer welk systeem geldt.

Producten Beoogd gebruik AVCP-systemen
Deuren en poorten (met of zonder hang en sluitwerk) Brand/rook compartimentering en ontsnappingsroutes Systeem 1
Overige Systeem 3
Alleen voor interne communicatie Systeem 4
Ramen (met of zonder hang en sluitwerk) Brand/rook compartimentering en ontsnappingsroutes Systeem 1
Overige Systeem 3

Tabel 2: Overzicht AVCP NEN 14351-1+A2

Het AVCP systeem heeft invloed op de verantwoordelijkheden van de fabrikant en een aangemelde instantie en daarmee ook eventueel wat er wel of niet vermeld moet worden op een CE-label en prestatieverklaring. Bijlage V van de CPR 305/2011 zegt het volgende over de verantwoordelijkheden in systeem 3:

Systeem 3 — Verklaring van de prestaties van de essentiële kenmerken van het bouwproduct door de fabrikant op basis van de volgende items:

  1. de fabrikant voert de productiecontrole (FPC/IKB) in de fabriek uit;
  2. het aangemelde testlaboratorium bepaalt het producttype op grond van typeonderzoek (op basis van bemonstering door de fabrikant), typeberekening, getabelleerde waarden of een beschrijvende documentatie van het product.

1.9: Samenvatting wat wordt er verwacht van de timmerfabrikant

Wat wordt er nu eigenlijk gevraagd van de fabrikanten?

De overheid en de Europese commissie eisen van de fabrikanten dat als een bouwproduct op de markt wordt gebracht, dat deze een prestatieverklaring mee krijgt en daar mee ook een CE-markering. Dit is met het oog op de vrije handel in Europa, zodat eindgebruikers producten kunnen vergelijken op de prestatiekenmerken. Voor bouwproducten, dus ook kozijnen, is dit al vanaf 1 juli 2013 verplicht.

De prestatieverklaring en daarbij behorende CE-markering wordt opgesteld naar aanleiding van de geharmoniseerde norm. Voor de timmerindustrie is deze norm beschreven in de NEN 14351-1+A2.

Hierin staat onder andere in: welke producten wel en niet onder de scope vallen, hoe het kwaliteitssysteem eruit moet zien, welke documentatie benodigd is, de essentiële kenmerken en wat er op een prestatieverklaring en CE-label moet komen te staan.

Wanneer moet ik een prestatieverklaring opstellen en CE-markeren?

Als we het gaan vertalen naar de ‘’concepten’’ zoals deze door SKH en NBvT worden aangehouden dan mogen we van het volgende uitgaan.

  • CONCEPT II+, III & IV: wanneer het glas in de economische opdracht is meegenomen, dit betekent zowel gezet (in fabriek of op locatie) als los meegeleverd;
  • Buiten deurkozijnen incl. dichte deur altijd CE-markeren, behalve als het een kozijn betreft met bijv. een zijlicht of bovenlicht geleverd zonder glas.

Wanneer mag ik geen prestatieverklaring opstellen en CE-markeren?

  • CONCEPT I+II : (Raam)kozijnen excl. glas;
  • Buiten deurkozijnen geleverd zonder deur in de economische opdracht;
  • Losse ramen;
  • Losse deuren.

[1] NEN 16034 is de norm voor brand- en/of rookwerende kozijnen

[2] Comité Européen de Normalisation (vert. Europese Normen Comissie)

[3] Attestation and Verification of the Consistency of Performance