Hangwerk, sluitwerk en beslag:
Van toepassing zijnde typen hangwerk, sluitwerk en beslag.
Let op! Veel hang- en sluitwerk is getest op loof- en/of naaldhout, als u gevelelementen vervaardigd uit gemodificeerde houtsoorten kijk dan altijd na in SKH-Publ. 99-05 en SKH-Publ. 13-02 of de houtsoort geschikt is en welke restricties eventueel gelden. Bij twijfel neemt u contact op met SKH.
- type scharnieren/paumelles:
- Scharnieren/paumelles van de fabrikanten met bijbehorend art.nr. welke zijn opgenomen in deze publicatie;
- Scharnieren/paumelles welke niet zijn opgenomen in deze publicatie dienen een certificaat of rapport te hebben die de inbraakwerendheidsklasse aantoont volgens NEN 5096.
- type dievenklauwen:
- aan scharnier aangelaste, ingeperste dievenklauwen of sluitlip;
- losse dievenklauwen ten minste: 10 mm, lengte 50 mm, 20 mm uit raam/deur stekend.
- type sloten:
- kantespagnolet met haakschoten i.c.m. raamkruk met cilinderslot;
- oplegraamsluitingen (raamboom) met haakschoot en cilinderslot;
- oplegraamsluiting (raamboom) met haakschoot met draaiknop;
- oplegraamsluitingen (raamboom) met paddestoelnok en cilinderslot;
- oplegsloten i.c.m. standaard raamsluiting;
- afsluitbare raamcombi’s
- hoofdslot met bijzetsloten met nachtschoten;
- hoofdslot met bijzetsloten met haakschoten;
- meerpuntsluiting met dag- en nachtschoot en haakschoten;
- meerpuntsluiting met dag- en nachtschoten;
- meerpuntsluiting met dag- en nachtschoot en haak-penschoten;
- meerpuntsluiting met dag- en nachtschoot en (dubbele) penschoten;
- opschroef-espagnolet met pennen;
- contra-espagnolet met pennen.
- type beslag:
- samengesteld (draaival-)beslag met paddestoelnokken;
- hefschuifbeslag;
- beslag t.b.v. parallel-hefschuif;
- cilinderveiligheidsbeslag deuren;
- uitzetraambeslag.
Voor al deze type hang- en sluitwerk en beslag geldt dat wat in deze SKH-publicatie is opgenomen getest en gecertificeerd is en mag worden toegepast mits aan de voorwaarden wordt voldaan welke in de bijlage en datasheet staat.
Toe te passen hang- en sluitwerk c.q. beslag zie hiervoor de datasheets van de producten.
- Het aangegeven aantal scharnieren per beweegbaar deel dient zonodig vermeerderd te worden als gevolg van het maximaal toelaatbare gewicht van een beweegbaar deel op de scharnieren (e.e.a. conform KVT, katern 20).
- Insteekcilinders voor de bediening met een sleutel van buitenaf, dienen te voldoen aan de eisen volgens paragraaf 5.2.6 & 5.2.7 in NEN 5089:2019. Alle gecertificeerde cilinders voldoen aan de in deze publicatie gestelde eisen.
- De cilinders mogen na montage niet meer dan 3 mm buiten het cilinderveiligheidsbeslag uitsteken. Bij glas van ten minste klasse P4A conform NEN-EN 356 (doorwerpbeperkend glas) komt de eis m.b.t. afsluitbaarheid met een sleutel te vervallen (alleen voor WK2).
- Sluitingen anders dan met een sleutel die niet bestand zijn tegen de in paragraaf 5.4.2 van NEN 5096:2022 beschreven beproeving (‘gaatjesboren’) zijn in deze publicatie niet opgenomen.
Bevestigingsmiddelen:
De van toepassing zijnde bevestigingsmiddelen dienen voorts te voldoen aan de eisen voor metalen onderdelen volgens de KVT , katern 37, waarbij de volgende aanvullingen van toepassing zijn.
Van toepassing zijnde bevestigingsmiddelen:
- stalen spaanplaatschroeven;
- RVS spaanplaatschroeven;
- stalen patentbouten;
- nagels van staal en RVS.
Voor toepassing en verwerking van bevestigingsmiddelen gelden de volgende voorwaarden:
- A. m.b.t. de schroefafmetingen voor bevestiging van:
- scharnieren: afhankelijk van houtsoort en/of type scharnier, zie de specificaties onder het kopje scharnieren bij producten (indien in combinatie met het sluitwerk is aangetoond dat van de schroefafmetingen kan worden afgeweken dan staat dit in de datasheets van het sluitwerk van deze publicatie omschreven);
- sluitwerk: afhankelijk van houtsoort en/of type sluitwerk;
- draaivalbeslag: afhankelijk van type en onderdeel;
- hefschuifbeslag;
- B. m.b.t. de verwerking van schroeven voor sluitwerk en beslag:
- om splijten van het hout te voorkomen, dienen ten minste de onderstaande onderdelen voorgeboord te worden:
| Kozijn | Bewegend deel | |
| Draairamen | Wel | Wel |
| Draaivalramen | Wel | Niet |
| Hefschuifpuien | Niet | Wel |
| Deuren | Wel | Wel |
-
- de gatdiameter is de maximaal kerndiameter van de schroef;
- voorboordiepte is minimaal de halve schroeflengte;
Het voorboren van schroeven is niet noodzakelijk als aangetoond wordt dat een bepaalde schroef minimaal gelijkwaardig is, voor wat betreft de treksterkte evenwijdig aan en loodrecht op de schroef, aan een voorgeboorde schroef zoals hierboven omschreven.
Schroeven voor de bevestiging van meerpuntssluitingen in vlakke houten buitendeuren dienen altijd voorgeboord te worden (zie brief SKH 02/5277 RW/ys)
Noot:
De acceptatie van de vermelde schroeven in deze publicatie is geen vrijbrief om in geen enkele situatie meer voor te boren. Het onderstaande dient in acht te worden genomen:
-
- in de situaties waarin u in het verleden schroeven voorboorde, omdat dat, gezien de eigenschappen van de ondergrond noodzakelijk werd geacht, zult u in vergelijkbare ondergronden bij inbraakwerende gevelelementen eveneens moeten voorboren.
- In de situaties waar u in het verleden niet voorboorde en dit in het kader van inbraakwerende houten gevelelementen noodzakelijk wordt geacht, kunt u het voorboren met de in bijlage 5 genoemde schroeven achterwege laten. (schrijven 01/5168 RW/ys d.d. 25 april 2001)
Schroeven waarbij het voorboren zoals hierboven omschreven niet noodzakelijk is: zie kopje ”bevestigingsmiddelen”.
- C. m.b.t. de bevestiging van veiligheidsbeslag:
- de gaten voor de bouten moeten worden voorgeboord, gatdiameter is de diameter van de bout of conform goedgekeurd verwerkingsvoorschrift van fabrikant.