Beglazen:

Roeden

Roeden in geveltimmerwerk zijn niet toegestaan.

Roeden in inbraakwerende deuren zijn toegestaan mits opgenomen in het certificaat van de betref­fende deurenfabrikant. Plakroeden op het glas van inbraakwerende deuren en ramen zijn toegestaan. Tussendorpels/stijlen in ramen met verbindingen overeenkomstig KVT, katern 15, zijn toegestaan. Beglaasde vakvullingen in houten gevelelementen met een dagmaatopening kleiner dan 150 mm hoeven niet te voldoen aan klasse 2 overeenkomstig NEN 5096.

GLAS

  • isolerend dubbelglas (waarvan minimaal 1 glasplaat bestaat uit glas met breukgedrag A volgens NEN-EN 12600) of
  • glas van ten minste klasse P4A conform NEN-EN 356;
  • bij toepassing van isolerend dubbelglas dient minimaal 1 sluitpunt afsluitbaar (met extern hulpmiddel) te zijn;
  • bij glas van ten minste klasse P4A conform NEN-EN 356 komt de eis m.b.t. afsluitbaarheid binnen inbraakwerendheidsklasse 2 te vervallen;
  • bij glas van tenminste klasse P5A conform NEN-EN 356 komt de eis m.b.t. afsluitbaarheid binnen inbraakwerendheidsklasse 3 te vervallen.

BINNENBEGLAZING voor inbraakwerendheidsklasse 2

Binnenbeglazing voor kozijnvakken, ramen en schuifdeuren

  • glaslat afmetingen: ten minste 15 x 17 mm;
  • houtsoorten glaslatten: zie SKH-Publicatie 99-05 met een duurzaamheidsklasse 1 of 2, bij een rondgaande hieldichting mag ook duurzaamheidsklasse 3 of 4 worden toegepast
    • bevestigingsmiddelen: schroeven, afmetingen ten minste 3,5 x 40 mm en nagels 1,8 x 38 mm;
    • plaats van de bevestigingsmiddelen: één schroef ten hoogste 60 mm uit de sponninghoeken in de staande glaslatten en voorts nagels ten hoogste 150 mm h.o.h. of;
  • Variant 2: (let op: bij toepassing ventilatieroosters, zie e)
    • bevestigingsmiddelen: nagels 1,8 x 38 mm (conform NPR 3577)
    • hechtlengte nagels minimaal 21 mm.
    • plaats van bevestigingsmiddelen: vanuit de sponninghoeken in verticale en horizontale glaslatten: binnen 120 mm: 3 nagels, rest maximaal 150 mm h.o.h.
  • Variant 3: (let op: bij toepassing ventilatieroosters, zie e)
    • De volgende bevestiging van de glaslatten is slechts toegestaan bij plaatsing van het glas in de timmerfabriek: beglazing met rondgaande dichting, conform KVT, katern 12, glaslatten nagelen ten hoogste 60 mm uit de sponninghoeken en voorts ten hoogste 150 mm h.o.h.
    • beglazingsysteem: kitbeglazing en beglazing met beglazingsprofielen. NB T.p.v. ventilatieroosters de schroeven ten hoogste 60 mm onder het rooster.

Binnenbeglazing voor deuren (vlakke- en massieve deuren) met een opdekglaslat:

  • glaslatafmetingen: ten minste 12 x 35 mm voor een opdekglaslat;
  • houtsoorten glaslatten: zie SKH-Publicatie 99-05 met een duurzaamheidsklasse 1 of 2, bij een rondgaande hieldichting mag ook duurzaamheidsklasse 3 of 4 worden toegepast;
  • bevestigingsmiddelen: stalen spaanplaat schroeven, afmetingen ten minste 3,5 x 40 mm;
  • plaats van de schroeven: ten hoogste 50 mm uit de hoek en ten hoogste 150 mm h.o.h.;
  • beglazingsysteem: kitbeglazing volgens NPR 3577.

Alternatief:

  • beglazing met rondgaande dichting met lijmende kit, conform KVT, katern 12, glaslatten nagelen of schroeven. Deze beglazingsmethode is alleen toegestaan bij plaatsing van het glas in de timmerfabriek / deurenfabriek.

Binnenbeglazing voor massieve deuren met een glaslat in de sponning:

  • glaslat afmetingen: ten minste 15 x 17 mm;
  • houtsoorten glaslatten: zie SKH-Publicatie 99-05 met een duurzaamheidsklasse 1 of 2, bij een rondgaande hieldichting mag ook duurzaamheidsklasse 3 of 4 worden toegepast;
  • bevestigingsmiddelen: schroeven, afmetingen ten minste 3,5 x 40 mm en nagels 1,8 x 38 mm;
  • plaats van de bevestigingsmiddelen: één schroef ten hoogste 60 mm uit de sponninghoeken in de staande glaslatten en voorts nagels ten hoogste 150 mm h.o.h. of;
  • beglazing met rondgaande dichting, conform KVT, katern 12, glaslatten nagelen ten hoogste 60 mm uit de sponninghoeken en voorts ten hoogste 150 mm h.o.h. Deze bevestiging van de glaslatten is slechts toegestaan bij plaatsing van het glas in de timmerfabriek / deurenfabriek.
  • beglazingsysteem: kitbeglazing en beglazing met beglazingsprofielen.

BUITENBEGLAZING voor inbraakwerendheidsklasse 2

Buitenbeglazing voor kozijnvakken:

  • glaslat t.p.v. onderdorpels en bovenzijde tussendorpels: conform KVT, katern 12 dan wel dorpelafdekkers;
  • glaslatafmetingen t.p.v. (tussen)stijlen bovendorpels en onderzijde tussendorpels: ten minste 15 x 17 mm;
  • houtsoorten glaslatten: zie SKH-Publicatie 99-05 met een duurzaamheidsklasse 1 of 2.

Variant 1:

bevestigingsmiddelen: rvs spaanplaatschroeven, afmetingen ten minste 3,5 x 40 mm en rvs nagels 1,8 x 38 mm;

plaats van de bevestigingsmiddelen:

  • glaslatten (tussen)stijlen schroeven ten hoogste 60 mm uit de sponninghoeken en ten hoogste 150 mm h.o.h.;

glaslatten onderdorpels en boven- en onderzijde tussendorpels: nagelen ten hoogste 150 mm h.o.h.;

Variant 2: (let op: bij toepassing ventilatieroosters, zie e)

Kitbeglazing overeenkomstig NPR 3577 waarbij aan de binnenzijde een topafdichting van minimaal 4 x 6mm kit conform NPR 3577 wordt toegepast.

  • Glaslatten rondom nagelen;
  • beglazingsysteem: uitsluitend kitbeglazing.

NB t.p.v. ventilatieroosters de schroeven ten hoogste 60 mm onder het rooster.

  • glaslat t.p.v. onderdorpels en bovenzijde tussendorpels: conform KVT, katern 12 dan wel dorpelafdekkers;
  • glaslatafmetingen t.p.v. (tussen)stijlen bovendorpels en onderzijde tussendorpels: ten minste 15 x 17 mm;
  • houtsoorten glaslatten: zie SKH-Publicatie 99-05 met een duurzaamheidsklasse 1 of 2
  • bevestigingsmiddelen: rvs nagels 1,8 x 38 mm;
  • plaats van de bevestigingsmiddelen:
    • staande glaslatten: nagelen ten hoogste 60 mm uit de sponninghoeken en voorts nagels ten hoogste 150 mm h.o.h.;
    • liggende glaslatten: nagelen ten hoogste 150 mm h.o.h;

BINNENBEGLAZING voor inbraakwerendheidsklasse 3

Binnenbeglazing voor kozijnvakken, ramen en (schuif-) deuren:

  • Glaslatafmeting voor kozijnen, ramen en schuifdeuren: tenminste 15 x 17mm
  • Glaslatafmeting voor deuren: opdekglaslatten minimaal 18 x 35mm
  • houtsoorten glaslatten:zie SKH-Publicatie 99-05 met een duurzaamheidsklasse 1 of 2, bij een rondgaande hieldichting mag ook duurzaamheidsklasse 3 of 4 worden toegepast;
  • Bevestigingsmiddelen: schroeven afmeting minimaal 4 x 40mm
  • Plaats bevestigingsmiddelen: één schroef ten hoogste 60mm uit de sponninghoeken in de glaslatten (rondom) en voorts schroeven ten hoogste 150mm h.o.h.

BEVESTIGINGSWIJZE VAN GESCHROEFDE GLASLATTEN

Het geschroefde gedeelte dient in de glaslat voorgeboord te zijn, waarbij geldt dat de gatdiameter groter dient te zijn (met een maximum van 1 mm) dan de spoeddiameter van de schroef.

VENTILATIEROOSTERS IN BEGLAASDE VAKVULLINGEN EN DRAAIENDE DELEN

Ventilatieroosters in beglaasde vakvullingen zijn toegestaan mits:

  • de hoogte van de ventilatieroosters ten hoogste 150 mm bedraagt;
  • bij genagelde glaslatconstructies moeten de staande glaslatten geschroefd worden ten hoogste 60 mm onder het rooster.
  • indien roosters op glas in draaiende delen of direct naast draaiende delen toegepast worden moet het bovenste raamboompje van de draaiende delen afsluitbaar zijn met een extern hulpmiddel (sleutel).

“ZELFBORENDE” GLASLATSCHROEVEN

In opdracht van de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten NBvT is een vergelijkingsonderzoek door SHR uitgevoerd naar het splijtgedrag en de kwaliteit van het verzinken van verschillende “zelfborende” glaslatschroeven t.o.v. voorgeboorde glaslatten zoals omschreven onder punt BEVESTIGINGSWIJZE VAN GESCHROEFDE GLASLATTEN van dit hoofdstuk. Het onderzoek is uitgevoerd met glaslatten in de houtsoort meranti.

Naar aanleiding van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bevestiging van glaslatten met de in deze publicatie vermelde ”zelfborende” glaslatschroeven gelijkwaardig is aan het bevestigen van voorgeboorde glaslatten zoals omschreven in dit hoofdstuk.

De in deze publicatie vermelde “zelfborende” glaslatschroeven mogen alleen gebruikt worden voor het bevestigen van meranti glaslatten in beglaasde vakvullingen als de gevelelementen incl. de glaslatten in de timmerfabriek resp. deurenfabriek, onder verantwoordelijkheid van de certificaathouder, aangebracht worden.

N.B. Indien er niet in de timmerfabriek resp. deurenfabriek, onder verantwoordelijkheid van de certificaathouder, beglaasd wordt, dienen de gevelelementen met voorgeboorde glaslatten afgeleverd te worden. Dit geldt uitsluitend voor de glaslatconstructies waarbij de glaslatten d.m.v. schroeven bevestigd moeten worden.

Dichte vakvullingen:

In het artikel 4.100 van het Besluit bouwwerken leefomgeving staat:

Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm bedoelde weerstandsklasse 2.

Omdat een dichte vakvulling gezien wordt als een constructieonderdeel van een kozijn, zijn diverse dichte vakvullingen onderzocht.

De dichte vakvullingen dienen te voldoen aan de KVT, katern 16 “Opgebouwde vakvullingen” en katern 17 “Sandwichpanelen”. In deze publicatie kunnen aanvullingen t.o.v. de eerder genoemde katernen opgenomen zijn.

Dichte vakvullingen in houten gevelelementen met een dagmaatopening kleiner dan 150 mm hoeven niet te voldoen aan klasse 2 overeenkomstig NEN 5096

Onder het kopje ‘’Producten’’ op pagina ‘’Vaste vakvullingen’’ zijn de onderzochte dichte vakvullingen uitgewerkt:

  • Opgebouwde vakvullingen;
  • Sandwichpaneelconstructies, geplaatst in buitensponningen;
  • Sandwichpaneelconstructies, geplaatst in binnensponningen.

Daar waar nodig zijn in de bijlagen de specifieke details opgenomen.

Indien aantoonbaar is dat achter een dichte vakvullingen een steenachtig binnenspouwblad komt, hoeft deze vakvulling niet inbraakwerend te worden uitgevoerd.

Vakvullingen voor inbraakwerendheidsklasse 3 zijn in dit hoofdstuk niet opgenomen.